Het is tijd
voor grip op arbeidsmigratie

Nederland kan niet zonder arbeidsmigranten uit het buitenland. Deze hardwerkende mensen zorgen er onder andere voor dat voor dag en dauw de groenten en het fruit van het land worden gehaald en dragen bij aan het oplossen van het grote tekort aan personeel in de zorg. Om te voorkomen dat Nederland stilvalt, hebben we hen heel hard nodig.

Tegelijkertijd kent arbeidsmigratie ook een aantal knelpunten. Er is nog steeds sprake van misstanden en de handhaving van regels en de borging van goede leef- en werkomstandigheden schieten te kort. Deze mensen verdienen een eerlijk salaris, een goede behandeling en fatsoenlijke huisvesting.

Het is daarom de hoogste tijd voor het Deltaplan ‘Grip op Arbeidsmigratie’. In dit plan staan voorstellen die misstanden tegengaan, problemen rond huisvesting oplossen en een duurzame, houdbare vorm van – gereguleerde, functionele en tijdelijke – arbeidsmigratie van buiten de EU mogelijk maakt.

Het is tijd om samen te werken om misstanden aan te pakken en een oplossing te vinden voor ons arbeidsmarkttekort. We kunnen niet langer wegkijken.

Alleen zo krijgen we grip op arbeidsmigratie.

Vier voorstellen voor grip op arbeidsmigratie

1. Bestrijd malafide bedrijven met betere regelgeving en handhaving

2. Tijdelijke arbeidsmigratie: Introductie ‘oranje kaart’

3. Meer gekwalificeerde zorgprofessionals voor goede zorg

4. Een oplossing voor het tekort aan huisvestinglocaties voor arbeidsmigranten

1. Bestrijd malafide bedrijven met betere regelgeving en handhaving

Wie hard werkt hoort er gewoon bij. Dat betekent dat ook internationale vakkrachten recht hebben op een goed salaris en fatsoenlijke huisvesting. En dit zien we nu nog te vaak misgaan. Malafide uitzenders en bedrijven maken gebruik van kwetsbare mensen en dat mag nooit gebeuren. Het is tijd om samen strengere regels te maken, strenger te handhaven en de invoering van het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus te versnellen.

Maatregelen

  • De versnelde invoering van het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus.
  • Verhogen van boetes, vergelijkbaar met illegale tewerkstelling, bij niet naleving arbeidswetten, betaling onder de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) en/of slechte huisvesting..
  • Trek bij hardnekkige misstanden de vergunning en/of het erkend referentschap in.
  • Versterk de handhaving van de scheiding tussen werken en wonen, zodat de arbeidsmigrant voor wonen niet afhankelijk is van de werkgever.

2. Tijdelijke arbeidsmigratie: Introductie ‘oranje kaart’

Binnen de EU kunnen mensen met een Europese nationaliteit overal aan de slag, maar dit lost onvoldoende de tekorten in cruciale sectoren zoals in de zorg en techniek op. Bovendien vergrijst heel Europa (en Oost-Europa in het bijzonder) en groeit in de hele EU het tekort aan specifieke vakkrachten. Daarom is een vakkrachtenregeling nodig (naast de regeling voor kennismigranten) voor mensen van buiten de EU.

Dit voorstel verplicht vakkrachten buiten de EU om te beschikken over een ‘oranje kaart’. Deze gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid in Nederland (o.b.v. minimaal vergelijkbare arbeidsvoorwaarden) kan een uitkomst bieden voor tekorten in de eerdergenoemde cruciale sectoren. Zo krijgen we grip op wie hier mogen wonen en werken en zorgen we ervoor dat arbeidsmigratie een tijdelijk karakter krijgt. De ‘oranje kaart’ zorgt voor gereguleerde, functionele en tijdelijke arbeidsmigratie van buiten de EU.

Gereguleerd: Om een ‘oranje kaart’ te verkrijgen moeten vakkrachten de Nederlandse of de Engelse taal machtig zijn, gekwalificeerd zijn voor hun vak, huisvesting hebben en vast werk (een contract voor de duur van de ‘oranje kaart’). Voor deze vakkrachten van buiten de EU moeten uitzendconstructies worden uitgesloten. De vakkracht treedt direct in dienst bij de uiteindelijke werkgever. Om misstanden te voorkomen moeten bedrijven – die met oranje-kaart-houders willen werken – gecertificeerd worden als erkend referent, vergelijkbaar met de kennismigrantenregeling.

Functioneel: De ‘oranje kaart’ wordt verleend wanneer vakkrachten aan de slag gaan in belangrijke sectoren en waar personeelstekorten niet binnen Nederland (of de EU) kunnen worden opgelost.

Tijdelijk: De geldigheid van de ‘oranje kaart’ hangt af van de functie en is maximaal vijf jaar. Na afloop van die periode keert de internationale vakkracht terug naar diens eigen land. De vakkracht investeert daarmee de opgedane kennis en kunde, het verdiende salaris en het opgebouwde pensioen terug in het land van herkomst.

Maatregelen

  • Introductie van de ‘oranje kaart’ als vakkrachtenregeling (voor vakkrachten van buiten de EU) voor Nederland door middel van wetgeving en uitvoering door UWV, waaronder wettelijke beperking van de duur dat internationale vakkrachten in Nederland mogen werken tot 5 jaar. Bestuurlijk kader voor vaststellen cruciale sectoren/beroepen waar tijdelijke arbeidsmigratie mogelijk is. Organisaties maken aanspraak op erkend referentschap bij aantonen van voldoende wervingsinspanningen en arbeidsmarkttoets vervalt bij individuele aanvraag van de ‘oranje kaart’.
  • Certificering van bemiddelaars en werkgevers met een zorgplicht van hen voor vakkrachten van buiten de EU op het terrein van huisvesting, loondienst en gelijke behandeling met andere werknemers (conform commissie-Roemer).
  • Verbod op uitzendconstructies in het gebruik van de ‘oranje kaart’, zodat de internationale vakkracht direct in dienst treedt bij de werkgever.
  • Leg in associatieakkoorden vast onder welke voorwaarden deze tijdelijke arbeidsmigratie mogelijk is, zoals met betrekking tot huisvesting, arbeidsvoorwaarden, ethische werving en diplomawaardering.

3. Meer gekwalificeerde zorgprofessionals voor goede zorg

Een sector waar de tekorten zeer urgent zijn en de ‘oranje kaart’ al op korte termijn uitkomst kan bieden, is de zorg. Ondanks de stappen die ondernomen worden, lopen we tegen een personeelstekort aan van zo’n 150.000 mensen in 2031. Dit tekort blijft groeien tot aan 2050.

Om de zorg voor iedereen toegankelijk en op kwalitatief niveau te houden, is een combinatie van oplossingen noodzakelijk. Naast bijvoorbeeld technologische innovatie en het verminderen van uitstroom van personeel, dient te worden ingezet op de tijdelijke inzet van gekwalificeerde buitenlandse zorgprofessionals die de Nederlandse taal goed beheersen. De komst van zorgmedewerkers van buiten de EU is uiteraard nooit de eerste te nemen maatregel tegen het personeelstekort in de zorg.

Maatregelen

  • Garandeer ethische werving in landen met een overschot aan zorgpersoneel op grond van internationale WHO-richtlijnen.
  • Laat het Zorginstituut voorwaarden opstellen waaronder tijdelijke arbeidsmigratie in de zorg toegestaan wordt, bijvoorbeeld als zorginstellingen zich voldoende hebben ingezet voor het bieden van passende zorg en implementeren van (technologische) innovaties.
  • Pas de BIG-registratie voor buitenlandse zorgprofessionals aan zodat hun registratie alleen gericht is op het zorgdomein waarin ze daadwerkelijk werkzaam gaan zijn.

4. Een oplossing voor het tekort aan huisvestinglocaties voor arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten die hier tijdelijk komen werken, verdienen een fatsoenlijke plek om te wonen. Het moet daarom eenvoudiger en sneller mogelijk worden om tijdelijke woonruimte te realiseren voor arbeidsmigranten die hier tijdelijk verblijven. Door het tekort aan huisvestingslocaties worden veel startershuizen opgekocht en verkamerd. Dit leidt in veel gevallen tot onwenselijke situaties, waarbij de leefomstandigheden slecht zijn en arbeidsmigranten veel te veel betalen. Bovendien gaat de bestaande wooncapaciteit zo ten koste van woningzoekenden zoals starters, studenten, spoedzoekers en statushouders.

Maatregelen

  • Geef gemeenten een taakstellende opdracht om binnen de arbeidsmarktregio voor tenminste 70% van de in die regio werkzame arbeidsmigranten adequate tijdelijke huisvesting te laten organiseren door gespecialiseerde marktpartijen.
  • Door tijdelijke huisvesting met snelle vergunningprocedures in de nabijheid van bedrijven of bijvoorbeeld zorginstellingen te stimuleren wordt voorkomen dat concurrentie ontstaat met andere doelgroepen die last hebben van de problemen op de woningmarkt.
  • Breng – voorafgaand aan vergunningverlening voor nieuwe bedrijvigheid en de komst van arbeidsmigranten – met een sociaaleffectrapportage de sociale gevolgen voor de gemeenschap en de arbeidsmigranten in kaart.

Nederland heeft meer werk dan mensen. De tekorten in cruciale, vitale sectoren hebben grote gevolgen voor het welzijn, de leefbaarheid, de zorg en de welvaart van ons land. We hebben als samenleving verschillende opties om hiermee om te gaan. Gezien de personeelstekorten waar we mee kampen en het onbehagen over de huidige vorm van arbeidsmigratie, kan de ‘oranje kaart’ een belangrijk onderdeel zijn van een nieuw sociaal akkoord tussen de overheid, samenleving en sociale partners dat leidt tot een gezonde overheid, een gezonde economie en grip op arbeidsmigratie.

De meestgestelde vragen over het Deltaplan:

1. Waarom het Deltaplan ‘Grip op Arbeidsmigratie’?

Er is Nederland meer werk dan Nederlanders om dit werk te doen. Het zijn de internationale vakkrachten die ervoor zorgen dat onze supermarkten gevuld zijn, de groenten en het fruit van het land worden gehaald en onze pakketjes worden bezorgd. Als we niets doen, vallen ook veel cruciale sectoren stil zoals bijvoorbeeld onze zorg- en technieksector.

Helaas kent arbeidsmigratie in Nederland ook een aantal knelpunten. Concrete regelgeving om deze misstanden aan te pakken laat lang op zich wachten. Terwijl deze hardwerkende mensen een eerlijk salaris, een goede behandeling en fatsoenlijke huisvesting verdienen.

De hoogste tijd dus voor het Deltaplan. In het Deltaplan staan voorstellen die misstanden tegengaan, de problemen rond huisvesting oplossen en een duurzame, houdbare vorm van – gereguleerde, functionele en tijdelijke – arbeidsmigratie mogelijk maakt. Het Deltaplan is dan ook een bijdrage aan het maatschappelijk debat rondom arbeidsmigratie.

2. Van wie is dit Deltaplan een initiatief?

Dit Deltaplan komt voort uit een vraag van Frank van Gool, oprichter van OTTO Work Force. Gert-Jan Segers heeft vervolgens de pen opgepakt en het Deltaplan opgesteld. Dit mede op basis van veel gesprekken met werknemers, ondernemers, wetenschappers, politici, vertegenwoordigers van vakbonden, werkgevers, adviesraden en maatschappelijk organisaties.

3. Wie worden er verstaan onder arbeidsmigranten?

Het grootste deel van de momenteel in ons land werkzame arbeidsmigranten is afkomstig uit andere EU-lidstaten. Het gaat dan vooral om praktische beroepen. Vanwege het vrije verkeer van arbeid in de EU bestaan er voor hen geen belemmeringen om hier te werken. Waar het bij deze groep op aankomt, zijn goede arbeidsomstandigheden, fatsoenlijke huisvesting en eerlijke beloning. Een kleinere groep arbeidsmigranten is afkomstig van buiten de EU. Hier gaat het vooral om kennismigranten en vakkrachten. Bij hen komt het erop aan dat hun aanwezigheid hier aantoonbaar noodzakelijk is, aan de juiste voorwaarden wordt verbonden en dat op naleving daarvan wordt toegezien.

4. Is arbeidsmigratie dé oplossing voor het personeelstekort in Nederland?

Nederland heeft meer werk dan mensen. De tekorten in cruciale, vitale sectoren hebben grote gevolgen voor het welzijn, de leefbaarheid, de zorg én de welvaart van ons land. Als samenleving hebben we een aantal opties om hiermee om te gaan, één van deze opties is arbeidsmigratie. In het Deltaplan staan de noodzakelijke stappen die wij moeten nemen, uiteengezet om het personeelstekort het hoofd te bieden. Een zogenaamde escalatieladder aan maatregelen. Gereguleerde, functionele en tijdelijke migratie van buiten de EU vormt het sluitstuk op deze maatregelen.

5. Is tijdelijke arbeidsmigratie ook echt tijdelijk?

Als een vakkracht van buiten de EU een oranje kaart in zijn of haar bezit heeft hangt de geldigheid van de oranje kaart af van de functie en heeft een maximale duur van vijf jaar. In een overeenkomst tussen Nederland en de andere betreffende landen kunnen de goede zorg voor de vakkrachten bij de komst naar hier en de terugkeer naar daar worden vastgelegd. En omdat we bij deze tijdelijke vorm van arbeidsmigratie weten wanneer het verblijf van een buitenlandse vakkracht begint en weer eindigt, en precies weten hoeveel vergunningen er verstrekt zijn, krijgen we ook weer grip op arbeidsmigratie.

Bij deze tijdelijke vorm van arbeidsmigratie past geen gezinshereniging (uiteraard wel bezoek op basis van een toeristenvisum), maar wel de mogelijkheid om – na een tussenpauze van bijvoorbeeld minimaal 12 maanden – een nieuwe ‘oranje kaart’ aan te vragen en te verkrijgen.

Vanwege het vrije verkeer van arbeid in de EU bestaan er voor arbeidsmigranten binnen de Europese Unie geen belemmeringen om in Nederland te komen werken of regelgeving wanneer zij huiswaarts moeten keren.

6. Wie is verantwoordelijk voor het toezicht?

De ‘oranje kaart’ wordt verleend wanneer vakkrachten aan de slag gaan in belangrijke sectoren en waar personeelstekorten niet binnen Nederland (of de EU) kunnen worden opgelost.

Bij de vaststelling van kraptesectoren en -functies laat de politiek zich adviseren door de SER en kan zij de uitvoering in handen leggen van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Het UWV houdt de hand aan het aantal vergunningen/oranje kaarten dat jaarlijks verstrekt mag worden.

Het UWV is daarmee complementair aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND beoordeelt immers de aanvragen van ‘vreemdelingen’ (waaronder arbeidsmigranten) die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. De IND is verantwoordelijk voor de verblijfsvergunning en verblijf in Nederland en borgt dat de arbeidsmigrant na afloop van de periode van diens ‘oranje kaart’ weer teruggaat naar het land van herkomst.

7. Wie bepaalt in welke sectoren arbeidsmigranten echt nodig zijn?

Er is in Nederland meer werk dan mensen om dit werk te doen. Denk bijvoorbeeld aan onze zorg. Als we niet meer liefdevolle handen aan het bed weten te vinden, wordt het dreigende zorginfarct werkelijkheid. Maar het zijn ook internationale vakkrachten die ervoor zorgen dat de schappen in de supermarkt vol liggen en onze pakketjes worden bezorgd. Zonder hen valt Nederland stil. Het is aan de politiek welke keuzes zij maken om onze samenleving leefbaar, zorgzaam, duurzaam, productief en welvarend te houden.

8. Is het Deltaplan geen verkapt pleidooi om meer arbeidskrachten naar Nederland te halen?

Nee. Er is in Nederland, vanwege de vergrijzing en ontgroening, meer werk dan er mensen zijn om dat werk te doen. Natuurlijk moet je inzetten op innovatie en het activeren van mensen die nu nauwelijks werken. Maar ook arbeidsmigratie is één van de oplossingen om het personeelstekort in de toekomst het hoofd te bieden. Maar we kunnen niet op de oude voet verder. Daarom is dit Deltaplan geschreven, om nu écht grip op arbeidsmigratie te krijgen.

“Meer dan de helft van de Nederlanders is van mening dat
arbeidsmigratie hard nodig is en staat positief tegenover de komst van arbeidsmigranten. Voorwaarde is wel dat de huisvesting netjes geregeld is en niet ten koste gaat van Nederlanders.”

Onderzoek peil.nl 2024

Heeft u een vraag of een opmerking naar aanleiding van het Deltaplan?
Dan komen wij graag met u in contact. Stuur via onderstaande button direct een e-mail.

Volg ons:

Cookie statement       Privacy statement